Hier in de straat waren er vijftien cafés! Bij elk vlasbedrijf was er één. Maar wij hadden er twee: één van voor, en één langs achter.

(Eric Vervaeke, °1928)

Sociaal leven

Op café met de vlassers

De vlassers lustten graag een pint. Bij iedere roterij, elk vlasbedrijf of station, verrezen er kleine vlascafeetjes. In een vlasdorp als Kuurne waren er in 1930 bijna 150 drankgelegenheden! Veel andere ontspanningmogelijkheden waren er in die tijd immers niet.

Soms werden deze kroegjes dan ook uitgebaat door de vrouw van de vlasser zelf. Vandaar dat de baas meestal geen aanstoot nam aan het drinkgedrag van zijn personeel. Bovendien betaalde men de vlaswerkers lange tijd op stuk: cafébezoek betekende dus geen verliespost voor de patroon. In tegendeel, veel arbeiders maakten de verloren uren later ruimschoots goed. En ook de kwellende “stofbuk” zette aan tot drinken. De droge kelen dienden immers van tijd tot tijd gesmeerd te worden.

Vooral op maandag durfden de vlassers al eens op café te blijven plakken. In sommige kroegjes hield het gebruik van de “maandagpinte” dan ook hardnekkig stand. Dit betekende dat het eerste glas bier werd aangeboden door de waardin. Het gebeurde dat de vlasser, op de terugtocht van de vlasbeurs, zijn personeel kwam vervoegen. Zeker als de opbrengst goed was geweest tastte hij gemakkelijk in zijn buidel om een rondje te betalen.

’t Roterijtje, In de Vlasblomme, De zwingelmolen, Bascule of De Voerman: het waren steeds terugkerende namen van vlascafeetjes in de streek. Sommige van deze etablissementen voorzagen in een afspanning, om ook de voermannen comfortabel te kunnen ontvangen.

Een jeugd in het vlas

Vlas en oorlog

Arbeidsomstandigheden

Handel en vlasmarkt

Vlasbeurs

Sociaal leven

Op café met de vlassers

Een stoop of een grote pint?

Verkoren Maandag en Feestemaandag

Neergang en reconversie

 

Getuigenissen