Vlasblues

'k heb heel mijn leven in ’t vlas geploeterd
geboot, geroot en gekapeld,
‘k heb er mijn longen aan verloederd
aan piep en stof, door tjif geveld
en dat ‘k er nu nog over foeter
’t is voor een aalmoes smartengeld.

‘k heb gezaaid, gemaaid, gesleten
‘k heb geschreept, gebraakt, gekamd,
kroten met de spaan gespleten
mijn ziel aan ‘t zwingelwiel geschramd !
‘k en moet der niets niet meer van weten,
‘t vlas heeft mijn hart voor goed verlamd.

Kroten roten in boten of putten
Tetten en koppen in de tang
Die boer die ’t werkvolk maar bleef kloten
Dat zijn beste deed pertang.
En dat ‘k er nu nog over mutte
Is dat ’t uit mijn kele hangt !

Heel die goldenrivercity
Kan me ferm gestolen zijn
Geef mij maar de Mississippi
Met katoen zacht als satijn
En die krotekotenhippies
Kun’n voor mijn part naar de zwins.

k’ heb in ’t leemkot nog gevreeën
onder vlaskapel’n gevrijd
van Italië tot in Zweden
overal mijn bed gespreid
maar die rosse heeft mij gehekeld
en gerepeld tot mijn spijt.

Gene frank heb ‘k er mee gewonnen
Geen respect en geen plezier
‘k wierde naar ‘t fabriek gezonden
voor juist genoeg voor wat vertier
en ’t en zal u niet verwonderen
da ‘k dat vlas de deur uit zwier


(Stefan Van Craeynest, arrangement van James Cotton's Mississippi Blues